jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

print deze pagina

Oefening: vd als BNW 2


1: Het water was bevroren. Het (bevriezen) water.

2: We hebben uren geschaatst. De (schaatsen) uren.

3: Sarah had nieuwe schaatsen gekocht. De (kopen) schaatsen.

4: De schaatsen waren ook geslepen. De (slijpen) schaatsen.

5: Het ijs was wel een beetje gebarsten. Het (barsten) ijs.

6: Sarah heeft toen haar enkel verzwikt. De (verzwikken) enkel.

7: De enkel is verbonden door een aardige meneer. De (verbinden) enkel.

8: Sarah dacht dat haar enkel gekneusd was. De (kneuzen) enkel.

9: Helaas bleek de enkel gebroken te zijn. De (breken) enkel.

10: Van de enkel zijn foto's gemaakt. De (maken) foto's.



Je score is: 0%

zeg voor