jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

extra: verkleinwoorden in meervoud 1

Score

0%


In deze oefening ga je van de zelfstandig naamwoorden een verkleinwoord maken én je gaat het verkleinwoord in het meervoud zetten. Je kunt eerst de uitleg van de verkleinwoorden lezen.

Het verkleinwoord krijgt altijd het lidwoord 'het', maar een zelfstandig naamwoord dat in het meervoud staat krijgt altijd het lidwooord 'de'. Dus een verkleinwoord dat in het meervoud staat, krijgt ook altijd het lidwoord 'de'. Lees eventueel de uitleg van de lidwoorden.

1: de eend – de

2: het paard –

3: het huis –

4: het kuiken –

5: het schaap –

6: de boer –

7: de schuur –

8: het weiland –

9: het varken –

10: de valk –





Uitleg over: verkleinwoorden basisregels
volgende oefening:
verkleinwoorden in meervoud 2

Oefeningen:

Het alfabet

Als of dan

Interpunctie

Afbreken

Lidwoorden invullen

Aanwijzend voornaamwoord invullen

Wederkerende voornaamwoorden invullen

Werkwoordstijden

Wijten of danken

Niet of geen

NT2

Uitleg:

Copyright © Juf Melis B.V. 2008-2019. Alle rechten voorbehouden.