Score
0%
1: Hij (koken) erg graag.
2: Hij (vinden) het vooral leuk om voor grote groepen te koken.
3: (doen) hij dat helemaal alleen?
4: Nee, soms (helpen) zijn buurvrouw.
5: Soms (koken) zijn vrouw ook, maar dan van woede.
6: Zij (worden) dan heel boos.
7: Ze (bulderen) dan heel erg hard door het huis.
8: Soms (flamberen) hij namelijk per ongeluk een stukje keuken.
9: En hij (laten) van alles vallen op de mooie keukenvloer.
10: Hij (aanbieden) dan zijn excuses .