jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: Persoonsvorm TT en VT 4

Score

0%


1: Vandaag (blijven, tt) Richard thuis.

2: Hij (worden, tt) meestal opgehaald om acht uur.

3: Vroeger (worden, vt) ik eerder opgehaald.

4: Ik (zijn, tt) altijd op tijd op school.

5: Britt (zijn, tt) ook altijd op tijd op school.

6: Koen (kopen, vt) vorige week een nieuw schrift.

7: Alle leerlingen van de klas (leren, vt) erg hard.

8: Melissa (stampen, vt) alle woorden in haar hoofd.

9: Claire (maken, vt) zinnen met de woorden.

10: Pieter (kennen, vt) de woorden vrijdag al.





vorige oefening:
Persoonsvorm TT en VT 3
volgende oefening:
Persoonsvorm TT en VT 5

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Persoonsvorm TT

Persoonsvorm VT

Voltooid deelwoord

Persoonsvorm TT en VT

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2012. Alle rechten voorbehouden.